Het toverwoord is balans

‘ Meer verlofdagen voor mensen met kinderen’, ‘een werkweek van 4 dagen’. Het zijn allemaal voorstellen om werknemers met een goed gevoel naar het werk te laten gaan. Balans is hierin het toverwoord. Het krijgen van kinderen schudt je perceptie van werkverdeling nogal door elkaar ben ik achter gekomen. Ik bepaal niet meer alleen of ik naar het werk ga. Vandaag is daar weer het bewijs van. De oudste is alweer vijf dagen ziek en knapt langzaam op, maar doet nog niet veel meer dan op de bank liggen en hoesten. Dus school en kinderdagverblijf is geen optie vandaag. Mijn gevoel zegt dat als een kind ziek is, de ouder aanwezig moet zijn om voor hem of haar te zorgen. Mijn oudste vroeg dan ook vandaag toen ik vertelde dat ik thuis bleef: “Maar opa of oma kunnen toch ook op mij passen?” Ja dat kan, maar wat vind je zelf het fijnste? “Dat jij er bent.”

Sinds een jaar heb ik die mogelijkheid gelukkig ook. Daarvoor moest ik vanwege mijn werk altijd op kantoor zijn. Nu heb ik twee van de drie dagen de mogelijkheid om thuis te werken. Het heeft niet mijn voorkeur, want ik mis wat handige zaken en het contact met collega’s, maar het geeft rust dat het kan. Toch vraag ik me ieder jaar weer af of ik tevreden ben met hoe het gaat. En altijd zijn de kinderen de bepalende factor. Wij hebben de luxe dat we maar twee overlappende werkdagen hebben, de rest van de week is er altijd iemand bij de jongens.

Toen ik zwanger was van mijn oudste heb ik eens een proefballonnetje opgelaten om te stoppen met werken. Dat werd door mijn moeder gelijk naar het rijk der fabelen gebonjourd! Zij had die ‘fout’ immers zelf ooit gemaakt en belde drie maanden na de bevalling haar oude werk op of ze toch niet weer terug mocht komen. (Dat kon) Haar visie: “Jij bent geen thuisblijfmoeder”. Mijn werk is ook echt te leuk en te zeldzaam om er een punt achter te zetten. Balans is dus het toverwoord en die is voor iedereen anders. Hoewel het nog steeds aan me knaagt wanneer ik een werkdag anders moet inrichten dan verwacht, denk ik dat ik het momenteel optimaal heb ingericht. De weegschaal staat recht. Ik balanseer vandaag tussen werk en het verzorgen van een zieke zoon.

Het toverwoord is balans

Tanden wisselen

Het begon met onze tandartsafspraak deze zomer. Ik heb de mazzel dat allebei de jongens graag naar de tandarts gaan. Zelfs mijn oudste die er standaard een tandsteenbehandeling bij krijgt. Maar onze tandarts doet dat zo leuk, dat ze er graag gekomen. Bij onze peuter is het tandentellen en met het spiegeltje kijken. Bij onze 5-jarige omvat het dus wat meer. En deze dag kwam er een mededeling bij. Je voorste tanden beginnen wat los te zitten.

In de avond dacht ik: ‘ laat ik zelf eens even voelen’. En ja hoor, vooral zijn rechtenondertand wiebelde. Hij vond het zelf maar wat interessant. Iedere dag ging die tand wat losser zitten. En dan wordt er wel wat van je geduld gevraagd. Want vanaf dat moment gaat het alleen nog maar om die tand. “Mama, kijk eens hij zit los he”, ” Mama kijk ik kan hem met mijn tong bewegen.”  “Mama zou ik hem eruit kunnen trekken?”. “Mama doet dat zeer als hij eruit komt?” “Mama wat als ik hem doorslik als ik slaap?” In totaal duurde dit twee dagen. Dat lijkt niets, maar twee dagen vol op die tand maakte dat ik het er het liefste zelf uit zou trekken.

Tot die avond na het judo. Hij kon de tand nu bijna helemaal op zijn kop draaien. “Mama je mag het er wel uit halen”. Ik deed een poging maar toen hij ‘au’ zei stopte ik. ” Een tand wisselen hoeft niet zeer te doen”, zei ik tegen hem. Hij nam er geen genoegen mee. Na drie keer flink wiebelen had hij het te pakken. Ik zag mijn klein man gigantisch groeien. Wat was hij trots op dat kleine tandje in zijn handen en dat gat in zijn mond. De dag erna ging het bandendoosje (dat ik inmiddels had opgezocht) mee naar school om het aan zijn klasgenootjes te laten zien. Supertrots!

Momenteel zit tand nummer 2 los. Gelukkig komt op de andere plek zijn grote-mensentand door zodat hij niet met gigantisch fietsenrek zit dadelijk. Eigenlijk valt het me nu niet eens meer op.

Tanden wisselen

Het leed dat afspreken heet

Iedere ouder met schoolgaande kinderen kent het: de pogingen tot afspreken van een kleuter. Want dat hoort er immers bij toch? Ik vind het uiteraard leuk als mijn zoon vriendjes en vriendinnetjes heeft om mee af te spreken. Hij speelt graag thuis met klasgenootjes en hij vindt het ook geen probleem om bij hen af te spreken.

Hij heeft alleen nog geen uitgesproken ‘ beste vriend’ dus spreekt hij met zo ongeveer iedereen af. En dat vind ik wel leuk, maar het vreet energie bij hem merk ik. Want zodra hij met een kind afspreekt die anders in elkaar steekt dan hij, gaat hij zijn best doen om het leuk te maken, en is hij na twee uurtjes spelen hartstikke moe. Terwijl hij zo uren door kan gaan als hij afspreekt met een ‘ zelfde type’.

We proberen hem wel eens te sturen in zijn afspraakjes. Maar aan de andere kant wil ik dat hij zelf een weg zoekt. Gisterenavond toch maar even een gesprek met hem gehad. Hij begon er namelijk zelf over. “Mama, iedereen wil met me afspreken.” Een luxe-probleem uiteraard, maar voor hem iets overweldigends. Ik zei dat hij ook best ‘nee’  mag zeggen. Dat afspreken niet altijd, en niet met iedereen hoeft. Ik zei: “Ik weet het goedgemaakt, morgen spreek je niet af en speel je alleen met mama en je broertje thuis.” Het leek hem wel een goed plan.

Inmiddels zijn we een dag verder en vanochtend bij het naar school brengen gaf ik aan dat hij vandaag maar eens niet moest afspreken. Maar dat ene klasgenootje dan? Want die wilde heel graag samen spelen? Ik zei dat dit ook wel op een andere dag kan. “Morgen?” “Nee, dan zijn opa en oma er, maar geloof me, je hebt dit schooljaar nog tijd zat.” Nu maar afwachten wat er vanmiddag gebeurt. Over het leed dat afspreken heet….

Het leed dat afspreken heet

Eerste schooldag

Inmiddels zijn we in het zuiden van het land alweer anderhalve week naar school. En begint er, ondanks de bloedhitte, weer ritme in de dagen te komen. School is begonnen en de lessen tuimeljudo zijn ook weer van start.

De allereerste schooldag van het jaar is toch wel een dingetje. Een paar dagen van tevoren hadden we het al over het beginnen in groep 2. En vooral dat er dan meer ‘werkjes’ zouden zijn. Daar had mijn kleuter ontzettend veel zin in, maar hij vond het ook wel een beetje spannend. Maar vooral het zien van zijn vriendjes op school, een ook kijken hoe het was nu een van zij  beste vriendinnetjes naar groep 3 ging. Bij aankomst was het redelijk chaos. De ouders mochten wat langer op school blijven, maar wat nu precies de bedoeling was….ik had geen idee.

Eerst maar eens gaan kijken naar zijn nieuwe plekje in de klas. Hij mag aan de hogere tafeltjes zitten (gelukkig, want hij begon redelijk groot te worden voor de groep 1 stoeltjes en tafels) Hij mag achterin de klas zitten samen met nog 3 kindjes uit groep 2. Ik wilde naar buiten lopen en terwijl ik al aan het zwaaien was bleek dat we in de gezamenlijke ruimte nog wat mochten drinken. Dus terug de klas in, mijn kleuter gehaald en naar de aula. Daar was het chaos! Kletsende ouders, rennende kinderen en wegkruipende kleuters die de eerste dag toch al spannend zat vonden. Na een bekertje schoolkoffie en ranja voor mijn kleuter en peuter (die zijn ogen uitkeek) toch weer terug naar de klas, waar het gelukkig een stuk rustiger was. Mijn oudste had er zin in, dus ik gaf hem een kus, zwaaide hem uit en ging met een gerust hart naar huis.

In de avond was het tijd om de dag even door te nemen. Iets wat ik al doe sinds hij kan vertellen en wat hij fijn vindt (als we het vergeten, dan herinnert hij ons er wel aan). Het eerste was hij zei: ” Mama, ik heb niet gerekend vandaag.” Alsof dat een ding zou zijn. Ik vroeg hem wat hij wel gedaan had. “Stempelen met letters”. Hij vond het leuk om zijn vriendjes weer te zien en had een fijne dag gehad. “Morgen ga ik wel rekenen, maar ik weet niet of ik dat kan.” Ik legde hem uit dat je daarom naar school gaat zodat je het leert, en het daarna wel kan. En dat de juf tegen ons had gezegd dat hij goed kon rekenen. Dus dat het allemaal wel goed zou komen. Daarna heb ik hem er niet meer over gehoord. Inmiddels zijn we dus anderhalve week verder. Hij heeft iedere dag weer zin om naar school te gaan. En ik heb nu alweer het idee dat hij een beetje kleuter kwijt is.

Eerste schooldag

Grote sprongen

Het is een periode van grote sprongen hier. Dus het trotse gevoel richting de jongens stapelt zich op. Mijn peuter is ineens volop aan het praten, maar daarbovenop wilde hij anderhalve week geleden ineens zijn luier niet meer aan. ” OK, maar dan moet je dus naar de wc”, vertelde ik hem. Hij knikte dat hij me begreep. En eigenlijk gaat het sindsdien buitengewoon goed. Hij heeft nog wel wat ongelukjes er tussen. Maar meestal red hij het met twee onderbroekjes op een dag (oftewel 1 ongelukje) Tijdens zijn middagslaapje blijft hij ook droog. Het voordeel met het warme weer is dat hij nu ook buiten op het potje kan gaan zitten. Sinds een paar dagen geeft hij aan dat hij naar de wc moet als ik het hem vraag. We zijn overdag dus uit de luiers!

De oudste maakt sprongen met zijn zwemles. Vandaag besloten peuter en ik mee te gaan om eens te kijken wat hij al kon. Zijn vader is zwemleraar dus meestal is de zondagochtend goed voor privéles. Vandaag zwom hij voor het eerst zonder hulpmiddelen naar de overkant (korte kant) van het bad. En dat herhaalde hij daarna nog een paar keer aangemoedigd door een overenthousiaste moeder. Ook dook hij spullen op vanaf de bodem. Het is heerlijk om hem zo vrij in het water te zien. En ik vind het fijn dat er al aardig wat zelfredzaamheid in zit.

Daarna besloot peuter dat het tijd was om zelf te fietsen (op zijn driewieler). Voor het eerst krijgt hij makkelijk de trappers rond. De kinderfiets die we hebben staan is nog net iets aan de grote kant. Maar ook hij zet stappen naar meer vrijheid. Het is een heerlijke tijd met twee jongens die elkaar aansporen tot het nemen van nieuwe uitdagingen! (En soms wat oudere, als je kleuter ineens besluit dat hij ook best op een potje kan plassen).

Grote sprongen